Art. 6:149 BW, Gevolgen van overgang van vorderingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6 (BW6)
1. Oefent de schuldenaar na overgang van de vordering onder bijzondere titel jegens de oorspronkelijke schuldeiser een bevoegdheid uit tot vernietiging of ontbinding van de rechtshandeling waaruit de vordering voortspruit, dan is hij verplicht om de nieuwe schuldeiser zo spoedig mogelijk daarvan mededeling te doen, tenzij de vernietiging of ontbinding niet aan deze kan worden tegengeworpen.
2. Na verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging of ontbinding wordt een beroep op de vernietigings- of ontbindingsgrond ter afwering van een op de rechtshandeling steunende rechtsvordering of andere rechtsmaatregel gericht tot de nieuwe schuldeiser en is de schuldenaar verplicht zo spoedig mogelijk nadien mededeling daarvan aan de oorspronkelijke schuldeiser te doen.
3. De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing ter zake van de uitoefening van een bevoegdheid van de schuldenaar tot vernietiging of ontbinding, nadat op de vordering met mededeling aan hem een beperkt recht is gevestigd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wissink 16 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:758
- Conclusie A-G Wissink 16 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:757
- Rb. Rotterdam 25 juni 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BD7289
- Rb. Den Haag 8 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18481
- Conclusie A-G Strikwerda 19 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9559
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 mei 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:115
- Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 2000, ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8190