Art. 5:40 BW, Bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven
Burgerlijk Wetboek Boek 5 (BW5)
1. De eigenaar van een erf dat aan een openbaar of stromend water grenst, mag van het water gebruik maken tot bespoeling, tot drenking van vee of tot andere dergelijke doeleinden, mits hij daardoor aan eigenaars van andere erven geen hinder toebrengt in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is.
2. Betreft het een openbaar water, dan is het vorige lid slechts van toepassing voor zover de aan dat water op grond van de Omgevingswet toegekende functies zich er niet tegen verzetten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 4 juni 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2025
- Rb. Rotterdam 30 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8287
- Rb. Noord-Holland 28 december 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11807
- Rb. Limburg 10 april 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:1844
- Rb. Haarlem 3 oktober 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6540
- Rb. Amsterdam 18 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5524
- Conclusie A-G Assink 12 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:419
- Hof Den Haag 28 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1127
- Hof Amsterdam 28 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3134