Art. 3 Regeling toegelaten handelingen

Regeling toegelaten handelingen

Van het verbod tot het verrichten van operaties, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend:

a. een personen die bedrijfsmatig dieren houden op een landbouwbedrijf met betrekking tot de in artikel 4 genoemde handelingen;

b. aan houders van gezelschapsdieren voor zover het betreft het subcutaan of intramusculair toedienen van andere dan UDD-diergeneesmiddelen;

c. aan personen die bedrijfsmatig ongewervelde dieren houden;

d. aan houders van vissen met betrekking tot de in artikel 4, onderdelen l, r en s genoemde handelingen.