Art. 1 Beschikking ter zake van het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland
Beschikking ter zake van het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland
In deze beschikking wordt verstaan onder:
minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
districtsbureauhouder van de directie LNO in wiens werkgebied het landbouwbedrijf van de aanvrager is gelegen;
het geheel van produktie-eenheden in Nederland bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbij behorende cultuurgrond, uitsluitend of ondermeer dienende tot de uitoefening van de landbouw;
landbouwtelling, als bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet (Stb. 1957, 342);
rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;
alle grond die wordt gebruikt voor de teelt van in 1991 te oogsten produkten als vermeld op de als bijlage I bij deze beschikking gevoegde lijst;
het aan de landbouwproduktie onttrekken van bouwland;
gewas als vermeld op de als bijlage II bij deze beschikking gevoegde lijst;
plan waaruit de benutting van de volledige oppervlakte van de cultuurgrond van het landbouwbedrijf blijkt;
heffing als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 (PbEG L 281);
periode die begint op 1 juli van een kalenderjaar en eindigt op 30 juni van het daarop volgende kalenderjaar.