Art. 11 Regeling verkeersbrigadiers, Uitrusting
1. Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met:
a. een oranje fluorescerende jas of hes en
b. een stopteken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van het RVV 1990.
2. Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen:
a. als stopteken dat met de hand wordt opgehouden en voldoet aan het in de bijlage vastgestelde model;
b. als stopteken dat onderdeel uitmaakt van een draai-arm-systeem en dat ten minste voldoet aan type II en klasse I als bedoeld in Hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.