Art. 29 Ppw, Aanvraag
1. De aanvrager dient bij zijn aanvraag alle Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten of Nederlandse identiteitskaarten die op zijn naam zijn gesteld ter inzage over te leggen, ongeacht of hun geldigheidsduur is verstreken.
2. De aanvrager die in een buitenlands reisdocument staat vermeld, doet hiervan bij zijn aanvraag mededeling.