Art. 21 INBW, Overgangsbepalingen in verband met de wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 nieuw B.W. (twaalfde gedeelte) (INBW)

1. De bepalingen van de wet betreffende executie door een pand- of hypotheekhouder zijn van toepassing, voor zover krachtens de artikelen 110 en 116 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek de bepalingen van dat wetboek betreffende een zodanige executie van toepassing zijn.

2. In geval na openbare verkoop overeenkomstig artikel 1223, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tevoren gold, de artikelen 270 tot en met 273 van Boek 3 niet van toepassing zijn en een rangregeling wordt verlangd, geschiedt deze met toepassing van het vóór het in werking treden van de wet geldende recht.