Art. 8:545 BW, Zeerecht
Burgerlijk Wetboek Boek 8 (BW8)
1. Indien twee of meer schepen gezamenlijk door hun schuld een aanvaring hebben veroorzaakt, zijn de eigenaren daarvan zonder hoofdelijkheid aansprakelijk voor de schade, toegebracht aan medeschuldige schepen en aan goederen, die zich aan boord daarvan bevinden, en hoofdelijk voor alle overige schade.
2. Is de aansprakelijkheid niet hoofdelijk, dan zijn de eigenaren van de schepen, die gezamenlijk door hun schuld de aanvaring hebben veroorzaakt, tegenover de benadeelden aansprakelijk in verhouding tot het gewicht van de schuld van hun schepen; indien echter de omstandigheden meebrengen, dat die verhouding niet kan worden vastgesteld of indien blijkt dat de schuld van deze schepen gelijkwaardig is wordt de aansprakelijkheid in gelijke delen verdeeld.
3. Is de aansprakelijkheid hoofdelijk, dan moet elk der aansprakelijke eigenaren zijn door het tweede lid van dit artikel vastgestelde aandeel in de betaling aan de schuldeiser voor zijn rekening nemen. Onder voorbehoud van artikel 364 en artikel 880 heeft hij, die meer dan zijn aandeel heeft betaald, voor het overschot verhaal op zijn medeschuldenaren, die minder dan hun aandeel hebben betaald.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 30 september 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6864
- Rb. Rotterdam 17 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7117
- Rb. Rotterdam 22 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3746
- Rb. Rotterdam 23 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:10107
- Rb. Rotterdam 22 december 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:10008
- Rb. Rotterdam 30 januari 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC6228
- Conclusie A-G de Bock 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:368