Bijlage I Bmest: behorende bij het besluit mestbassins milieubeheer
Besluit mestbassins milieubeheer (Bmest)
I Begrippen II Voorschriften 1 De uitvoering van een bassin 2 Controle foliebassin 3 Algemene voorschriften 4 Ongewone voorvallen 5 Geluidhinder 6 Bodembescherming In deze bijlage en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: equivalent geluidsniveau (LAeq): het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld overeenkomstig voorschrift 5.4; foliebassin: een bassin uitgevoerd als een met een afdichtingsfolie beklede grondput; geluidsniveau in dB(A): het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Electrotechnische Commissie (IEC) terzake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publikatie no. 651, uitgave 1979; referentieniveau: de hoogste waarde van de onder a. en b. genoemde niveaus (Stcrt. 1982, 162): referentieperiode: het tijdsbestek, waarbinnen een bassin moet blijven voldoen aan de krachtens dit besluit daarvoor geldende eisen. 1.1. Een bassin voor het bewaren van dunne mest moet worden gesitueerd: 1.2. 1.3. Een bassin voor het bewaren van dunne mest, moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de Bouwtechnische richtlijnen mestbassins 1990. Een bassin voor het bewaren van dunne mest, dat is gebouwd tussen 1 juni 1987 en het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de Bouwtechnische richtlijnen mestbassins. Een bassin voor het bewaren van dunne mest, dat is gebouwd na het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit landbouw milieubeheer, is uitgevoerd overeenkomstig de Richtlijnen mestbassins 1992. 1.4. Een bassin voor het bewaren van dunne mest, moet vanaf 1 januari 1992 zijn afgedekt. Een afdekking moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de Bouwtechnische richtlijnen mestbassins 1990. Dit geldt niet, indien de afdekking van een bassin voor het bewaren van dunne mest, gebouwd en afgedekt tussen 1 juni 1987 en het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, overeenkomstig
- a. het geluidsniveau, uitgedrukt in dB(A), dat, gemeten over een bepaalde periode, gedurende 95% van de tijd, wordt overschreden, exclusief de bijdrage van de inrichting zelf;
- b. het optredende equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door wegverkeersbronnen minus 10 dB, met dien verstande dat voor de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur alleen wegverkeersbronnen in rekening mogen worden gebracht met een intensiteit van meer dan 500 motorvoertuigen gedurende die periode;
- a. op ten minste 150 m afstand van een zeer kwetsbaar gebied, indien de gezamenlijke oppervlakte van de bassins niet meer bedraagt dan 350 m²;
- b. op ten minste 250 m afstand van een zeer kwetsbaar gebied, indien de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige bassins meer bedraagt dan 350 m².
- a. Voorschrift 1.1, onder a, is niet van toepassing op een uitbreiding van een veehouderij die is opgericht vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, met een bassin voor het bewaren van dunne mest, indien de in voorschrift 1.1, onder a, genoemde afstand tot een zeer kwetsbaar gebied niet of redelijkerwijs niet in acht kan worden genomen. In dat geval kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen, inhoudende het in acht nemen van een geringere afstand dan genoemd in voorschrift 1.1, onder a.
- b. Voorschrift 1.1 is niet van toepassing indien het een bassin betreft, dat is opgericht in overeenstemming met dat voorschrift, indien het bassin na het tijdstip van de oprichting is komen te liggen binnen een afstand van een zeer kwetsbaar gebied, als bedoeld in voorschrift 1.1.
- 1. Met de richtlijnen, genoemd in de voorschriften 1.3, 1.4 en 1.5, worden gelijkgesteld richtlijnen, normen of andere documenten die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de eerstgenoemde richtlijnen wordt nagestreefd.
- 2. Met een geaccrediteerde instelling als bedoeld in voorschrift 1.5 wordt gelijkgesteld een instelling die is geaccrediteerd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt nagestreefd.
- 1. Een foliebassin wordt op mestdichtheid gecontroleerd door een door de Raad voor Accreditatie voor die controle geaccrediteerde instelling, door het bevoegd gezag of een onafhankelijke deskundige. Deze controle vindt plaats bij een redelijk vermoeden dat de afdichtingsfolie beschadigd is of indien andere omstandigheden aanleiding geven om een controle uit te voeren. Controle vindt in ieder geval plaats binnen vijf jaar nadat de folie is aangebracht en wordt vervolgens telkens binnen vijf jaar herhaald. De controleresultaten worden aan het bevoegd gezag overgelegd, tenzij de controle door het bevoegd gezag is uitgevoerd.
- 2. Met een geaccrediteerde instelling als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een instelling die is geaccrediteerd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt nagestreefd.
- 3. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om accreditatie als bedoeld in voorschrift 1.5.
- a. het equivalente geluidsniveau (LAeq) niet meer mag bedragen dan:
- 50 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur;
- 45 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur;
- 40 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur;
- b. het equivalente geluidsniveau niet minder behoeft te bedragen dan:
- 40 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur;
- 35 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur;
- 30 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur.
- 40 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur;
- 35 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur;
- 30 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur.
- 70 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur;
- 65 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur;
- 60 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur.