Art. 15 Typegoedkeuring navigatielantaarns Rijnvaart 1990, Aanbrengen van het keurmerk

Typegoedkeuring navigatielantaarns Rijnvaart 1990

1. Goedgekeurde lantaarns, optieken en lichtbronnen moeten zijn voorzien van het volgende keurmerk: . X . JJ . nnn. Daarin is " " het goedkeuringsmerk, is "X" het land waarin de goedkeuring werd verleend: B België CH Zwitserland D Duitsland F Frankrijk N Nederland L = Luxemburg geven "JJ" de twee laatste cijfers van het jaar van goedkeuring aan, en is "nnn" het nummer afgegeven door het land waarin de keuring plaatsvond.

2. De keurmerken moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht.

3. Het keurmerk op het lantaarnhuis moet zodanig zijn aangebracht, dat voor het controleren daarvan aan boord de lantaarn niet behoeft te worden gedemonteerd. Indien de optiek en het lantaarnhuis onscheidbaar met elkaar verbonden zijn, is een keurmerk op het lantaarnhuis voldoende.

4. Uitsluitend op goedgekeurde navigatielantaarns, optieken en lichtbronnen mag het keurmerk bedoeld in het eerste lid worden aangebracht.

5. De bevoegde autoriteit deelt het verleende goedkeuringsnummer onmiddellijk aan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart mede.