Art. 2a Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

1. Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend indien:

a. de gelden of andere goederen worden gevraagd of verkregen ter deelneming in een beleggingsinstelling waarvan het balanstotaal voor minder dan 50% bestaat uit beleggingen dan wel indien rechten van deelneming in een dergelijke beleggingsinstelling worden aangeboden, en

b. minder dan 50% van de totale gerealiseerde opbrengsten gegenereerd wordt uit beleggingen.

2. De in het vorige lid onder a en b genoemde criteria worden bepaald ongeacht de presentatie in de jaarrekening en vastgesteld per balansdatum einde boekjaar.