Art. 8 Regelen voorbereiding en uitvoering rondvluchten, Radio-installaties bij VFR-en IFR-vluchten

Regelen voorbereiding en uitvoering rondvluchten

1. Zowel aan boord van het vliegtuig, dat een VFR-vlucht uitvoert, waarbij de navigatie niet aan de hand van herkenbare punten op de grond wordt of kan worden uitgevoerd, als aan boord van het vliegtuig, dat een IFR-vlucht uitvoert, moet ten minste een zodanige radio-installatie aanwezig zijn dat:

a. bij de start en de landing radioberichten kunnen worden gewisseld met plaatselijke verkeersleidingsdiensten;

b. tijdens de vlucht te allen tijde radioberichten kunnen worden gewisseld met ten minste één luchtvaartstation en andere luchtvaartstations en op zodanige frequenties als door de betreffende autoriteiten kunnen worden voorgeschreven;

c. tijdens de vlucht te allen tijde meteorologische inlichtingen kunnen worden ontvangen;

d. radioberichten kunnen worden gewisseld op de internationale noodfrequentie 121,5 MHz;

e. signalen kunnen worden ontvangen en, indien nodig kunnen worden gezonden naar radionavigatiestations, ten einde het navigeren volgens navigatieplan en de aanwijzingen van de verkeersleidingdienst mogelijk te maken.

2. De radio-installatie, bedoeld in dit artikel, moet, voor zover het een IFR-vlucht betreft, met ingang van 1 januari 2001 ten minste voldoen aan de normen in Boek 1 van Bijlage 10 (Aeronautical Telecommunications) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.