Art. 1 Regelen uitrusting bij vluchten, niet zijnde verkeersvluchten, Algemene bepalingen
Regelen uitrusting bij vluchten, niet zijnde verkeersvluchten
In deze regeling wordt verstaan onder:
de procedure, die gevolgd moet worden, als de nadering niet voortgezet kan worden;
een vastgestelde hoogte, gedurende een naderingsvlucht met electronische azimuth- en glijpadgeleiding, waarop een afgebroken naderingsprocedure moet worden aangevangen indien de vereiste visuele referentie om een landing uit te voeren niet is verkregen;
het zicht op een luchtvaartterrein, zoals bepaald door een bevoegde waarnemer of met daartoe bestemde apparatuur;
een opeenvolging van vooraf bepaalde (vlieg-)manoeuvres met behulp van blindvlieginstrumenten, onder toepassing van vastgestelde beschermingscriteria met betrekking tot hindernissen, die aanvangt boven een aanvangsnaderingspositie of indien van toepassing bij het begin van een vastgestelde naderingsroute en eindigt boven een punt van waar een landing kan worden uitgevoerd, dan wel als de landing niet wordt voltooid, boven een positie waar de minimum hoogtemarge boven hindernissen met betrekking tot wachtgebieden of luchtverkeersroutes van toepassing is;
de laagste hoogte waarnaar een daling zonder visuele referentie is toegestaan gedurende een naderingsvlucht zonder electronische glijpadgeleiding;
de door het bevoegde gezag bepaalde en gepubliceerde vlieghoogte, waar beneden tijdens een nadering de voorgeschreven hoogtemarge boven hindernissen niet kan worden gehandhaafd.
dat punt in een instrumentnaderingsprocedure, waarop uiterlijk de voorgeschreven afgebroken naderingsprocedure aangevangen moet worden, teneinde te verzekeren dat de minimum hoogtemarge boven hindernissen wordt gehandhaafd;
een luchtterrein aangegeven in het vliegplan, waarheen een vlucht kan worden vervolgd, indien moet worden afgezien van landing op het luchtvaartterrein van bestemming;
bepaalde inlichtingen verstrekt aan luchtverkeersdiensten met betrekking tot een voorgenomen vlucht, dan wel een deel daarvan;
de grenswaarden met betrekking tot de weersomstandigheden waaronder een luchtvaartterrein voor het opstijgen dan wel het landen kan worden gebruikt;
weerrapport; weersanalyse of verwachting en elke andere informatie met betrekking tot bestaande of verwachte weersomstandigheden.