Art. 8 BABW, Onderborden
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
1. Onder verkeersborden kunnen onderborden worden geplaatst.
2. Deze onderborden kunnen:
a. een nadere uitleg van de op de verkeersborden voorkomende aanduiding inhouden;
b. bij verkeersborden die een gebod of verbod aanduiden, een beperking van de werkingssfeer van die verkeersborden inhouden;
c. bij bord C7 van bijlage I, behorende bij het RVV 1990, de aanduiding inhouden dat de uit dit verkeersbord voortvloeiende beperking niet geldt voor motorvoertuigen die zijn voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening;
d. bij de verkeersborden E4 tot en met E8 en E10 tot en met E13 van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, betrekking hebben op
1°. de voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd en, voor zover het betreft bord E6, tevens op de aanduiding dat de parkeergelegenheid is gereserveerd voor een bepaald voertuig;
2°. de wijze waarop of het doel waarmee het parkeren dient te geschieden;
3°. de dagen of uren waarop het parkeren is verboden of
4°. de dagen of uren waarop een beperking als bedoeld in 1° en 2° geldt en, voor zover:
– het verkeersbord E6 betreft, de dagen of uren waarop het in het tweede lid van artikel 26 van het RVV 1990 bedoelde gebruik van de parkeerschijf van toepassing is, en
– het verkeersbord E10 betreft, de dagen of uren waarop het in het tweede lid van artikel 25 van het RVV 1990 bedoelde gebruik van de parkeerschijf van toepassing is;
e. bij de verkeersborden G7, G9, G11 en G12a van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, een aanduiding inhouden dat de uit het verkeersbord voortvloeiende geboden of verboden niet gelden voor het verkeersgebruik als op het onderbord is aangegeven;
f. bij het verkeersbord G11 van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, een aanduiding inhoudende dat het gebruik van het fietspad niet is toegestaan voor snorfietsen, waaronder hier niet begrepen worden bromfietsen die zijn aangewezen op grond van artikel 20b, eerste lid, van de wet.
3. De in het tweede lid, onderdeel d, onder 1° en 2°, bedoelde aanduidingen kunnen in plaats van op een onderbord, ook op het verkeersbord worden aangebracht.
4. Bij verkeersbord C22e, van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, wordt een of meerdere onderborden geplaatst als bedoeld in de artikelen 86d en 86e van het RVV 1990. De onderborden C22e4 en C22e5 kunnen alleen in combinatie met het onderbord C22e1 geplaatst worden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:300
- ABRvS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:190
- Rb. Midden-Nederland 22 januari 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:339
- ABRvS 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:622
- ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865
- ABRvS 20 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC4655
- Rb. Rotterdam 14 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4469
- Rb. Amsterdam 29 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:8753
- Hof Leeuwarden 3 maart 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0730
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1519
- ABRvS 1 februari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV0933
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 juli 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4710
- Rb. Noord-Holland 22 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:12779
- Rb. Breda 21 augustus 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AY6622
- Hof Leeuwarden 8 oktober 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AN4694
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6851