Art. 70 RVV, Verkeerslichten

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

1. Bij tram/buslichten betekent:

a. wit licht of wit knipperlicht: doorgaan;

b. geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

c. rood licht: stop.

2. Het witte licht en het witte knipperlicht gelden slechts voor de aangegeven richtingen.

3. De tram/buslichten gelden voor bestuurders van een tram en van een lijnbus, die de richting volgen waarop het licht betrekking heeft.

4. De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van voertuigen, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft.

Uitspraken die dit artikel aanhalen