Art. 3 Uitvoeringsregeling waterhuishouding, Aanwijzing met betrekking tot rijkswateren van meldplichtige en meetplichtige gevallen, zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet
Uitvoeringsregeling waterhuishouding
1. Degene die water afvoert naar, aanvoert uit, loost in of onttrekt aan rijkswateren, meldt de wijze daarvan indien: een en ander tenzij slechts éénmalig ten hoogste 1 000 000 m3 water wordt afgevoerd of geloosd dan wel 20 000 m3 water wordt aangevoerd of onttrokken én daarbij per uur niet meer water wordt verplaatst dan 5000 m3 respectievelijk 100 m3.
a. op die wijze meer dan 1 000 m3 water per uur kan worden afgevoerd of geloosd;
b. op die wijze meer dan 20 m3 water per uur kan worden aangevoerd of onttrokken; of
c. door veranderingen in een eerder gemelde wijze van afvoer of lozing dan wel aanvoer of onttrekking tenminste 20 percent meer of minder water, met een minimum verschil van 1000 m3 onderscheidenlijk 20 m3 per uur, kan worden afgevoerd of geloosd dan wel aangevoerd of onttrokken,
2. De meldplicht geldt niet voor een afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking:
a. waarvoor ingevolge artikel 19, 20, 21 of 22 een waterakkoord of vergunning is vereist;
b. waarvoor vóór het van kracht worden van de meldplicht een vergunning is verleend die ingevolge artikel 60, derde lid, van de wet wordt beschouwd als een vergunning op grond van de wet.