Bijlage 2 Besluit bedrijfsbrandweren: begrippenlijst
Besluit bedrijfsbrandweren
- - het AVR: het arbeidsveiligheidsrapport, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet (Stb. 1980, 664);
- - het AVR-systeem: het aanwijzingssysteem, zoals vermeld in de leidraad betreffende het aanwijzingssysteem van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aan de hand waarvan installaties die voor een arbeidsveiligheidsrapport in aanmerking komen, worden aangewezen;
- - een bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid: een situatie waarbij er naar het oordeel van burgemeester en wethouders als gevolg van geloofwaardige incidentscenario’s binnen de inrichting, een schade in de omgeving van die inrichting kan ontstaan die duidelijk groter is dan de schade die optreedt door mogelijke ongevallen in de betrokken omgeving zelf en waarop de overheidsbrandweer is berekend;
- - brandbare stoffen: vaste stoffen of vloeistoffen (zoals onverwarmde K3-producten, rubber, kunststofproducten en hout) die als gevolg van hun ontstekingstemperatuur of vlampunt alleen bij verhitting tot brandgevaarlijke situaties aanleiding kunnen geven;
- - brandgevaarlijke stoffen: vloeistoffen of gassen (K0-, K1-, K2-producten en verwarmde K3-producten) die als gevolg van de omstandigheden waaronder zij zich in de installatie/inrichting bevinden, aanleiding kunnen geven tot brandbare damp/gaswolken (concentraties hoger dan onder explosiegrens);
- - een bedrijfsbrandweer: een organisatie van mensen en middelen met als doel het gecoördineerd bestrijden van branden en ongevallen op het terrein van de inrichting;
- - het EVR: het rapport inzake de externe veiligheid, bedoeld in artikel 4 van het Besluit risico’s zware ongevallen (Stb. 1988, 432);
- - het EVR-systeem: het selectiesysteem van grenswaarden op grond waarvan inrichtingen die voor een EVR in aanmerking komen, worden geselecteerd;
- - een geloofwaardig incidentscenario: een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op het terrein van de inrichting:
- a. die gegeven de aard van een installatie of de inrichting, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als zeer reëel en typerend wordt geacht;
- b. waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de inrichting kan ontstaan, en
- c. waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen;
- - een incident: een ongewenste gebeurtenis, brand of ongeval op het terrein van een inrichting, waarbij schade aan gebouwen en personen in de omgeving van die inrichting kan ontstaan;
- - een incidentscenario: een beschrijving van de aard, de omvang en het verloop in de tijd van een incident en de bestrijding daarvan;
- - een maatgevend incidentscenario: een geloofwaardig incidentscenario dat bepalend is voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer;
- - ontplofbare stoffen: stoffen (zoals springstoffen en munitie) die onder bepaalde omstandigheden tot snel verlopende chemische reacties aanleiding kunnen geven die gepaard gaan met piekoverdruk;
- - de opkomsttijd: de tijd, gerekend vanaf de melding, waarop de bestrijdingseenheid ter plaatse is van het incident;
- - de selectiemethodiek: de methodiek waarmee naar verwachting relevante inrichtingen worden geselecteerd met het oog op een nadere beschouwing inzake de noodzaak van een bedrijfsbrandweer.