Bijlage II Regeling grenswaarden voor sulfaat en chloride bij lozingen door de titaandioxide-industrietewateren: grenswaarden voor de produktie van titaandioxide met toepassing van het chlorideproces
Regeling grenswaarden voor sulfaat en chloride bij lozingen door de titaandioxide-industrietewateren
In bovenstaand schema wordt verstaan onder:
- a. vaste afvalstoffen:
- 1°. onoplosbare ertsresiduen die bij het produktieproces niet door chloor worden ontsloten;
- 2°. metaalchloriden en -hydroxyden (filterstoffen) die in vaste vorm vrijkomen bij de titaantetrachloridefabricage;
- 3°. cokesresiduen die bij de titaantetrachloridefabricage vrijkomen;
- b. sterk zure afvalstoffen: afvalstoffen met meer dan 0,5% vrij zoutzuur en met verschillende zware metalen;
- c. zuiveringsafvalstoffen: filterzouten en slibvormige en vloeibare afvalstoffen die vrijkomen bij de behandeling (concentratie of neutralisatie) van sterk zure afvalstoffen en die verschillende zware metalen bevatten, maar met uitsluiting van geneutraliseerde en gefilterde of gedecanteerde afvalstoffen die slechts zware metalen in de vorm van sporen bevatten en die vóór enigerlei verdunning een pH-waarde van meer dan 5,5 hebben;
- d. zwak zure afvalstoffen: waswater, koelwater, condenswater en andere, niet onder voornoemde begripsomschrijvingen vallende slibvormige en vloeibare afvalstoffen, met 0,5% of minder vrij zoutzuur;
- e. geneutraliseerde afvalstoffen: vloeistoffen met een pH-waarde van meer dan 5,5 die slechts zware metalen in de vorm van sporen bevatten en rechtstreeks door filtratie of decantatie uit sterk of zwak zure afvalstoffen zijn verkregen nadat deze een behandeling hebben ondergaan om de zuurgraad en het gehalte aan zware metalen te verminderen.