Art. 5 WJHV

Wet op de jeugdhulpverlening (WJHV)

1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 27, 35, 37, 41a, 41b, 41c en 56 geschiedt door Onze Ministers.

2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 60 en 61 geschiedt door Onze Minister van Justitie. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 66, 67, 68 en 69 geschiedt door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur op grond van deze wet, behoudens die, bedoeld in de artikelen 61, 65 en 84, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is geplaatst en aan ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de plaatsing is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Ministers te brengen. Gelijktijdig met de plaatsing wordt het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd.