Art. 5 WCN
Wet conflictenrecht namen (WCN)
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand die bij het opstellen van een akte waarin de geslachtsnaam en de voornaam van een vreemdeling moeten worden opgenomen, in de onmogelijkheid verkeert om het recht te kennen dat op de vaststelling van die namen toepasselijk is, past het Nederlandse recht toe. Hij deelt zijn beslissing onverwijld mede aan de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de akte in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.
2. De aldus opgemaakte akte kan met overeenkomstige toepassing van artikel 24 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie worden verbeterd. Het verzoek van een belanghebbende wordt met toepassing van de Wet op de rechtsbijstand van rechtswege kosteloos behandeld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Utrecht 10 februari 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3664
- Rb. Zwolle 8 mei 2003, ECLI:NL:RBZWO:2003:AF8738
- Rb. Utrecht 22 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP9829
- Rb. Utrecht 10 februari 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3609
- Conclusie A-G Strikwerda 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI0462
- Hof 's-Gravenhage 15 oktober 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AL9057