Art. 20 Kadw, Algemene vereisten waaraan in te schrijven stukken moeten voldoen
1. Indien een stuk ter inschrijving wordt aangeboden en het daarin vermelde in te schrijven feit betrekking heeft op een onroerende zaak of op een recht waaraan een zodanige zaak is onderworpen, vermeldt dit stuk de aard, de plaatselijke aanduiding zo deze er is, en de kadastrale aanduiding van die onroerende zaak onderscheidenlijk van de onroerende zaak die aan dat recht is onderworpen. Indien het in te schrijven feit betrekking heeft op een appartementsrecht, wordt in het ter inschrijving aangeboden stuk vermeld de plaatselijke aanduiding van het desbetreffende gedeelte van het gebouw dat is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, alsmede de aard en de kadastrale aanduiding van dat appartementsrecht.
2. Onze Minister kan regelen vaststellen omtrent de wijze waarop de plaatselijke aanduiding, bedoeld in het eerste lid, in het ter inschrijving aangeboden stuk wordt vermeld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wissink 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:3
- Conclusie A-G Lindenbergh 23 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:847
- Conclusie A-G Bartels 20 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:285
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 16 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:957
- Hof 's-Hertogenbosch 28 juli 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2418
- Hof Arnhem-Leeuwarden 7 maart 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2004
- Rb. Gelderland 17 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4945
- Rb. Almelo 2 november 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BU4007
- Hof Den Haag 21 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1963
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:844