Art. 2 EEG-IJkregeling manometers voor luchtbanden, Metrologische voorschriften

EEG-IJkregeling manometers voor luchtbanden

2.1. Maximaal toelaatbare fouten De maximaal toelaatbare fouten in plus of min worden, in absolute waarden, vastgesteld in functie van de gemeten druk. Zij staan vermeld in onderstaande tabel. De maximaal toelaatbare fouten gelden voor het temperatuurreferentiegebied.

2.2. Variaties als gevolg van de temperatuur De maximaal toelaatbare variaties in de aanwijzing van de manometers bij temperaturen die niet binnen het temperatuurreferentiegebied vallen en gelegen zijn tussen - 10 °c en + 40 °c staan vermeld in onderstaande tabel.

2.3. Omkeerbaarheidsfout De omkeerbaarheidsfout van de manometer mag niet groter zijn dan de absolute waarde van de maximaal toelaatbare fout, bij een binnen het temperatuurreferentiegebied gelegen temperatuur. Tijdens de proef, bedoeld in punt 5.2.2., mag deze temperatuur niet veranderen. Bij een gegeven drukwaarde moet de bij stijgende drukken gemeten waarde kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de waarde die bij dalende drukken wordt gemeten.

2.4. Terugkeer van de wijzer van het instrument op een bepaald merkteken Bij atmosferische druk moet de wijzer van de manometer terugkeren op de nulstreep van de schaal of op een bepaald merkteken dat duidelijk verschilt van de deelstrepen van de schaalverdeling en wel binnen de grenzen van de maximaal toelaatbare fout. De manometers mogen zijn voorzien van een stuitnok die zich op een met ten minste tweemaal de maximaal toelaatbare fout overeenkomende afstand voor het nulpunt of voor het eerder bedoelde merkteken bevindt.