Art. 3 Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen, Radiozendamateurs

Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen

Een niet-ingezetene die tijdelijk in Nederland verblijft en in overeenstemming met de Recommandatie T/R 61–01 van CEPT gemachtigd is tot het aanwezig hebben en gebruiken van een zendinrichting bestemd voor het doen van onderzoekingen is vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van deze inrichting voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 4 en 5.