Art. 11 Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen, Radiocommunicatie ten behoeve van bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen en ongevallen

Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen

1. De meegevoerde zendinrichtingen dienen in overeenstemming te zijn met de in het land van herkomst geldende technische en administratieve voorschriften.

2. De in het land van herkomst afgegeven machtigingsbescheiden dienen op eerste aanzegging van een toezichthouder te worden getoond.

3. De houder van de zendinrichting dient met betrekking tot het gebruik van de zendinrichtingen en de te gebruiken frequentie de aanwijzingen op te volgen die door het voor de bestrijding van een ramp en het ongeval bevoegde gezag worden gegeven.