Art. 2 Machtiging voor verrichten inspecties aan boord van schepen, Opleiding
Machtiging voor verrichten inspecties aan boord van schepen
1. De ambtenaren van het Havenbedrijf van de gemeente die werkzaamheden gaan verrichten in het kader van de machtiging, zullen ten minste dienen te voldoen aan de volgende eisen:
a. ervaring met en grondige kennis van operationele handelingen met betrekking tot het laden, lossen en schoonmaken van olietankers en chemicaliëntankers;
b. grondige kennis van de relevante regelgeving: op het terrein van de voorkoming van verontreiniging door schepen en op het terrein van de veiligheid aan boord, in het bijzonder voor zover het het vervoer van schadelijke vloeistoffen betreft; voorts grondige kennis van de relevante lokale regelgeving in het nautisch beheersgebied;
c. goede kennis van schadelijke vloeistoffen die in bulk worden verscheept, in het bijzonder van produkteigenschappen, gevaarsaspecten en het gebruik van de chemische nomenclatuur;
d. bekendheid met de documenten die aan boord van het schip aanwezig dienen te zijn, waarbij onder meer gedacht dient te worden aan certificaten, de voorgeschreven operationele handboeken, relevante journalen en ladingpapieren.
2. Teneinde te kunnen voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, dienen de desbetreffende ambtenaren van het Havenbedrijf van de gemeente met positief resultaat een door het directoraat-generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken te verzorgen opleiding te volgen.
3. De kosten verband houdende met de in het tweede lid bedoelde opleiding worden gedragen door het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken.
4. Het hoofd van de Scheepvaartinspectie draagt zorg voor een adequate begeleiding van de ambtenaren van het Havenbedrijf van de gemeente, die na de in dit artikel bedoelde opleiding hun werkzaamheden gaan aanvangen in het kader van de machtiging.