Art. 5 Subsidieregeling vrijwillige pleegzorg, Algemene bepalingen

Subsidieregeling vrijwillige pleegzorg

Het subsidie wordt in ieder geval beëindigd, indien:

a. de termijn van (her)plaatsing, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de erkenningsregeling, is verstreken, tenzij de erkende ambulante instelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, een indicatie heeft gesteld tot herplaatsing van de jeugdige bij de desbetreffende pleegouder;

b. de erkende ambulante instelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, aan de pleegouder heeft medegedeeld dat voortzetting van de hulpverlening bij de desbetreffende pleegouder niet langer aangewezen is;

c. de (stief)ouders van de jeugdige die op grond van het Bijdragebesluit jeugdhulpverlening bijdrageplichtig zijn, zich na afloop van de periode waarvoor ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 4, onder b, niet hebben verbonden tot het betalen van de met toepassing van dat besluit berekende bijdrage.