Art. 5 Regeling certificaten, Aantekeningen in het communautaire certificaat
Aantekeningen bij de betreffende punten in het communautaire certificaat worden in overeenstemming met het bepaalde in de onderdelen a tot en met k gesteld:
voor de omschrijving van het scheepstype worden de begrippen van artikel 1, tweede lid, van het Binnenschepenbesluit gebruikt, met toevoeging van de code (bijvoorbeeld, ‘motortankschip, code c’;
voor de vaart op de Rijn, de Lek en de Waal wordt hieronder verstaan het officiële scheepsnummer, bedoeld in artikel 2.01, eerste lid, onder c, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;
het adres is het geldige postadres van de eigenaar van het schip;
de aantekeningen worden gesteld in overeenstemming met de gegevens van de geldige meetbrief van het schip. Indien het schip geen meetbrief behoeft te hebben en geen meetbrief heeft, worden de gegevens vastgesteld op de voet van het daaromtrent bepaalde in het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978, Stb. 1979, 358. Indien een communautair certificaat slechts voor een bepaalde zone of voor bepaalde zones wordt afgegeven, worden de niet gebruikte kolommen van de tabel doorgehaald;
onder dit punt worden alleen vermeld de lengten, gewichten en breeksterkten, berekend volgens de regelen van bijlage II van het Binnenschepenbesluit;
indien een communautair certificaat slechts voor een bepaalde zone of voor bepaalde zones wordt afgegeven worden de niet gebruikte kolommen van de tabel doorgehaald. Alleen de voorgeschreven reddingmiddelen worden vermeld;
alleen de voorgeschreven brandblusmiddelen worden vermeld. Indien op grond van andere regelgeving dan het Binnenschepenbesluit additionele brandblusmiddelen zijn voorgeschreven, worden deze afzonderlijk vermeld;
alleen de voorgeschreven pompen en capaciteiten worden vermeld;
alleen de voorgeschreven uitrusting wordt vermeld. Indien op grond van andere regelgeving dan het Binnenschepenbesluit uitrusting is voorgeschreven, kan deze afzonderlijk worden vermeld;
onder dit punt kunnen onder meer worden vermeld voorschriften, gegeven op grond van de artikelen 5, vijfde lid en 14, eerste lid, van de Binnenschepenwet, alsmede regelen, gegeven krachtens artikel 10, eerste lid, van de Binnenschepenwet (artikel 25 van het Binnenschepenbesluit) en de op grond van de artikelen 20, eerste lid, en 46 van het Binnenschepenbesluit toegestane afwijkingen en ontheffingen. De betrokken artikelen van de wet en het besluit worden vermeld. Indien de bepalingen van tijdelijke aard zijn, wordt de vervaldatum vermeld;
naar behoefte kunnen voor latere aantekeningen meerdere bladzijden worden ingevoegd, voorzien van opeenvolgende letternummering bijvoorbeeld 6a, 6b enz. De oorspronkelijke bladzijden moeten in het communautaire certificaat bewaard blijven. Na de laatste bladzijde kunnen aan het communautaire certificaat extra in opvolgende cijfers genummerde bladzijden worden toegevoegd voor bijzondere goedkeuringen, verklaringen en getuigschriften.