Bijlage 1 Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening: eisen met betrekking tot voorzieningen van residentiële hulpverlening

Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening

Een uitvoerder van een voorziening van residentiële hulpverlening stelt binnen zes weken na de plaatsing van een jeugdige in zijn voorziening een hulpverleningsplan op, dat is afgestemd op de psycho-sociale problemen van de jeugdige en dat uitgaat van de omschrijving van de doelstelling van de hulpverlening, bedoeld in artikel 9, eerste lid van de erkenningsregeling. Het hulpverleningsplan wordt schriftelijk vastgelegd. Het bevat in ieder geval: Begripsomschrijving: Onder dagcentrum voor schoolgaande jeugd wordt verstaan een voorziening van jeugdhulpverlening waarin en van waaruit aan jeugdigen en de gezinnen waartoe zij behoren gedurende een deel van het etmaal behandeling en begeleiding wordt geboden. Het gaat daarbij om psycho-sociale problemen, waarbij sprake is van een in aanleg zodanig problematische ontwikkeling van de jeugdige of een zodanig ernstige ontwrichte opvoedings- en gezinssituatie dat behandeling en begeleiding geboden is. De jeugdige bezoekt een onderwijsinstelling of heeft een andere structurele dagbesteding. De dagcentra voor schoolgaande jeugd worden onderscheiden in: Toelating tot en voortzetting van hulpverlening Eisen met betrekking tot het personeel OpeningstijdenEen dagcentrum voor schoolgaande jeugd is ten minste vijf dagen per week geopend en is gedurende ten minste acht uren per dag bereikbaar. Een dagcentrum is op openingsdagen in ieder geval geopend in aansluiting op de schooltijden tot na het avondeten. Een dagcentrum kan ten hoogste vijf weken per jaar gesloten zijn, waarvan ten hoogste vier weken aaneengesloten. Verblijf in groepen: De jeugdigen verblijven in het dagcentrum voor schoolgaande jeugd in de regel in vaste groepen. Huisvesting: Het hulpverleningsproces: De hulpverlening omvat ten minste de volgende functies: Bescherming persoonlijke levenssfeer Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd draagt er zorg voor dat de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige, zijn ouders en de andere bij de hulpverlening betrokken personen zo go