Art. 1 Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening, Algemeen
Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening
Voor de toepassing van het bij deze regeling bepaalde wordt verstaan onder:
de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
een persoon die:
1. de meerderjarigheidsleeftijd nog niet heeft bereikt;
2. de meerderjarigheidsleeftijd heeft bereikt ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77f tot en met 77kk van het Wetboek van Strafrecht of
3. de meerderjarigheidsleeftijd, doch nog niet de leeftijd van drieëntwintig jaren heeft bereikt, en voor wie voortzetting van uithuisplaatsing noodzakelijk is of voor wie, na beëindiging van een uithuisplaatsing minder dan een half jaar tevoren plaatsing in een voorziening van residentiële hulpverlening noodzakelijk is;
activiteiten gericht op het bij jeugdigen voorkomen verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard die hun ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden;
een aanbod van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van jeugdhulpverlening;
een aanbod van jeugdhulpverlening of een steunfunctie;
degene die een voorziening in stand houdt;
een voorziening waarbij een jeugdige wordt opgenomen in een tehuis waarin dag en nacht hulp wordt geboden.
een voorziening waarbij een jeugdige regelmatig gedurende een deel van een etmaal in een daartoe bestemde inrichting verblijft;
een voorziening, anders dan bedoeld onder g en h.
de Erkenningsregeling vrijwillige plaatsingen jeugdhulpverlening (Stcrt. 1987, 140);
een ambulante instelling die is erkend op grond van de erkenningsregeling;
de Begeleidingscommissie jongeren bouwen voor jongeren ingesteld bij Besluit van de minister van 22 december 1988, DJB-U-3752.