Art. 1 Tijdelijke regeling beperking capaciteit vissersvaartuigen
Tijdelijke regeling beperking capaciteit vissersvaartuigen
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. voor ten minste tweederde gedeelte aan één of meer Nederlandse eigenaren toebehoort en
b. overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens het Registratiebesluit vissersvaartuigen (Stb. 1964, 143) staat geregistreerd;
a. afnameprotocol, dat door de Scheepvaartinspectie of door een bij besluit van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 12 september 1972 (Stb. 512) aangewezen particulier onderzoekingsbureau is mede-ondertekend, of
b. verklaring inzake het maximaal continue-vermogen voor zover het in onderdeel a genoemde afnameprotocol alleen het afgestelde motorvermogen vermeldt;
2. Voor de toepassing van het bepaalde in deze regeling heeft het aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig vaste verbinding met de wal heeft gekregen.