Bijlage IV Bsb: van het Binnenschepenbesluit
Deze bijlage is niet van toepassing ten aanzien van bemanningsleden die niet onder gezag van een ander arbeid verrichten. De plaats waar de arbeid moet worden verricht, moet daartoe voldoende ruimte bieden, tenzij een zeer enge begrenzing van die plaats onvermijdelijk is en de werkzaamheden niet elders kunnen worden uitgevoerd. 1. Wanneer een schip aan een kade of langszij een ander schip gemeerd ligt, moet een veilige loopplank of dergelijke inrichting ter beschikking staan van de werknemers om zich naar en van boord te begeven, tenzij de omstandigheden zodanig zijn, dat zij dit kunnen doen zonder bijzondere hulpmiddelen en zonder onnodig aan gevaar te zijn blootgesteld. 2. De in het eerste lid bedoelde loopplank of dergelijke inrichting moet, indien werknemers zich ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan of van boord moeten begeven, zo nodig door een doelmatige en veilige kunstverlichting zijn verlicht. Wanneer werknemers werkzaamheden moeten verrichten in ruimen, moeten veilige toegangsmiddelen tot hun beschikking staan. Een verplaatsbare ladder die als toegang dient tot een ruim, moet aan de bovenkant voorzien zijn van haken of van andere middelen waarmee hij stevig kan worden vastgezet. Krachtwerktuigen, drijfwerken, toestellen en werktuigen met hun toebehoren moeten, onverminderd hetgeen overigens in deze bijlage is bepaald, in zodanige staat van onderhoud verkeren, dat zij daardoor geen gevaar kunnen veroorzaken. Een buis of een reservoir, waarin zich hete vloeistoffen, gassen of dampen bevinden, moet in goede staat van onderhoud verkeren. Staalkabels en touwwerk moeten in goede staat van onderhoud verkeren. 1. Kettingwerk moet, voor zover het in verband met de aard van het gebruik bij breuk of vervorming gevaar kan opleveren, in goede staat van onderhoud verkeren. 2. Voor de toepassing van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde wordt onder "kettingwerk" verstaan: kettingen, schalmen, sluitings, haken, ringen, wartels, oogbouten en dergel
- a. hij daartoe behoorlijk is gemachtigd of
- b. het uitvoeren der werkzaamheden hiertoe noodzaakt.
- a. tegen aanraking van de huid door daarop schadelijk inwerkende of daarin doordringende stoffen: doelmatige bedekking van de huid;
- b. tegen inademing van vergiftige of bijtende dampen, gassen, rook, nevels of van stof: doelmatige ademhalingstoestellen, helmen of respiratoren en
- c. tegen de schadelijke werking van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen die bijtend zijn of een hoge of lage temperatuur hebben: doelmatige kleding en beschermingsmiddelen voor de ogen en onbeschermde huid.
- a. indien de aard, samenstelling of afmeting van het stuk of voorwerp een beletsel vormt om het juiste gewicht te bepalen of
- b. indien het gewicht tengevolge van klimaatsinvloeden aan aanmerkelijke verandering onderhevig is.