Art. 26 IOAZ, Terugvordering
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
1. Indien de uitkering met inachtneming van artikel 3, is verleend, worden voor de toepassing van deze paragraaf als belanghebbenden aangemerkt de in dat artikel bedoelde personen.
2. Indien de uitkering met inachtneming van artikel 3 had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat de belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 13, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kan de gedurende het betrokken tijdvak ten onrechte verleende uitkering mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens inkomen bij de verlening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte verleende uitkering.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5749
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 november 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7900
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2108
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2103
- CRvB 16 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1565
- CRvB 18 september 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX7621
- CRvB 23 november 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR6893
- CRvB 19 juli 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AQ2695
- CRvB 13 april 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO8707
- CRvB 20 augustus 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AK3414