Art. 3 Regeling administratie voorschriften ingevolge Diergeneesmiddelenwet

Regeling administratie voorschriften ingevolge Diergeneesmiddelenwet

1. De in artikel 2 bedoelde administratie van houders van vergunningen als bedoeld in artikel 21 of 33 van de wet, dierenartsen, apothekers en personen, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet is zodanig ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze met betrekking tot elke transactie en elke zelfstandigheid kan worden afgeleid:

a. de datum van de transactie;

b. de benaming en, in voorkomend geval, het registratienummer van het diergeneesmiddel;

c. het partijnummer;

d. de ontvangen of afgeleverde hoeveelheid;

e. naam en adres van de ontvanger of de leverancier;

f. in voorkomend geval bij welke dieren de toepassing van het betrokken diergeneesmiddel plaatsvond of, ingeval dit middel niet volledig wordt toegepast, de bestemming van de resterende hoeveelheid ervan;

g. voor zover de houder van een vergunning voor het afleveren van diergeneesmiddelen anders dan door middel van de detailhandel aflevert, de op de betreffende zelfstandigheid vermelde uiterste gebruiksdatum van het diergeneesmidel.

2. Vervallen

3. In de administratie worden de gegevens voor elk diergeneesmiddel en voor elke grondstof afzonderlijk vermeld.

4. Houders van een vergunning als bedoeld in artikel 22 van het Eisen- en controlebesluit vergunningen diergeneesmiddelen 1993 houden tenminste éénmaal per kalenderjaar een nauwkeurige controle van de in het eerste lid bedoelde administratie door vergelijking van de ontvangen, afgeleverde en in voorkomend geval vernietigde diergeneesmiddelen met de aanwezige voorraden, ten bewijze waarvan een verslag wordt gemaakt dat in ieder geval de geconstateerde verschillen bevat.

5. De administratie, de bescheiden die verband houden met de aantekeningen in de administratie en het verslag, bedoeld in het vierde lid, worden gedurende vijf jaar bewaard.

Uitspraken die dit artikel aanhalen