Art. 22 Meststw, Uitbreidingsverboden
1. Onze Minister kan ten aanzien van een bedrijf waarvan het varkensrecht of het pluimveerecht is overschreden bepalen, dat het op enig moment gehouden aantal varkens en het op enig moment gehouden aantal kippen en kalkoenen de door hem vastgestelde aantallen niet mogen overschrijden.
2. De in het eerste lid bedoelde aantallen komen overeen met het aantal varkens, onderscheidenlijk het aantal kippen en kalkoenen dat overeenkomstig het varkensrecht en het pluimveerecht gemiddeld gedurende het jaar mag worden gehouden, vermeerderd met 15%.
3. Onverminderd de artikelen 19 en 20 is het verboden op enig moment een groter aantal varkens of een groter aantal kippen en kalkoenen te houden dan het door Onze Minister vastgestelde aantal.
4. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan ten aanzien van een bedrijf voor een aaneengesloten periode van ten hoogste drie jaar worden uitgeoefend. De periode kan telkens worden verlengd tot drie jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop een overtreding van het verbod, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 12 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3314
- Rb. Leeuwarden 10 juni 2006, ECLI:NL:RBLEE:2006:BC2684
- Rb. Breda 3 januari 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BC2575
- Rb. Arnhem 28 oktober 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AU5747
- Conclusie A-G Loeb 12 november 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA3314
- Hof Leeuwarden 19 mei 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AX4359
- Hof Arnhem 16 maart 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BQ1343
- Hof Arnhem 25 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH5711
- Hof Arnhem 5 juli 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT9352
- Hof Amsterdam 10 maart 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC6724
- CBb 14 augustus 2015, ECLI:NL:CBB:2015:282