Art. 16 RDBZ, Toepasselijkheid van bepalingen

Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (RDBZ)

1. Op ambtenaren zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met XIV en XXI tot en met XXV.

2. Op degenen die ingevolge het derde en vierde lid van artikel 8 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn gedetacheerd of toegevoegd, dan wel ingevolge het zesde lid van artikel 8 aan een tijdelijke diplomatieke zending zijn toegevoegd, zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III en XXI tot en met XXV.

3. Op werknemers zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XVIII en XXI tot en met XXV.

4. Op honoraire consulaire ambtenaren zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XIX en XXI tot en met XXV.

5. Op honoraire adviseurs zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III en XX tot en met XXV.

6. In de artikelen van de in het eerste tot en met vijfde lid genoemde hoofdstukken worden waar nodig bepalingen van andere hoofdstukken van overeenkomstige toepassing verklaard, of wordt de toepasselijkheid van artikelen beperkt tot een groep of groepen van degenen die daarin zijn genoemd.

7. De hoofdstukken VI, VIII en IX zijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstonderdeel de nodige bepalingen vastgesteld.

8. Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van het desbetreffende dienstonderdeel, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld, zijn niet van toepassing:

a. hoofdstuk V;

b. de artikelen 31 en 33 tot en met 33a;

c. de hoofdstukken VIII en IX;

d. hoofdstuk X, paragrafen 2 en 3;

e. de artikelen 45a, 54d, 56 en 57.

Uitspraken die dit artikel aanhalen