Art. 4 IOAW, Algemene bepalingen
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. alleenstaande werkloze werknemer: de niet gehuwde dan wel duurzaam gescheiden levende werkloze werknemer, die niet een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 3, derde lid, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. kind: het kind jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander dan de werkloze werknemer behoort en voor wie aan de werkloze werknemer op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn.
2. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de werkloze werknemer.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS A-G Keus 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1217
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 25 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH2580
- CRvB 24 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3152
- CRvB 21 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV7784
- Conclusie A-G Langemeijer 12 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5780
- CRvB 17 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2142