Bijlage V Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en -gemedicineerde voeders: voorwaarden, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Kanalisatieregeling, waaronder het UDD-regime niet van toepassing is op entstoffen
Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en -gemedicineerde voeders
1. In deze bijlage wordt verstaan onder: entstof als bedoeld in artikel 3, derde lid; overeenkomst als bedoeld in artikel 3, derde lid; dierenarts die partij is bij de overeenkomst; houder van varkens die partij is bij de overeenkomst; Algemene criteria voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden op 1 oktober 1996. 2. De entstof is geregistreerd overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 3 van de wet. 3. De overeenkomst: 4. De dierenarts: 5. De houder:
- a. is schriftelijk vastgelegd;
- b. verplicht de houder ertoe om:
- 1°. de entstoffen en antimicrobile diergeneesmiddelen uitsluitend af te nemen van de dierenarts of een apotheker op recept van de dierenarts;
- 2°. de dierenarts toegang te verschaffen tot alle lokaliteiten waar door de houder varkens worden gehouden en inzage te verschaffen in het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet;
- c. verplicht beide partijen ertoe om zich ten minste eenmaal per jaar te laten controleren op het nakomen van de in deze bijlage opgenomen voorwaarden door een instelling die:
- 1° voldoet aan NEN-EN 45004;
- 2° door de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht is geaccrediteerd voor het uitvoeren van inspecties op varkenshouderijen;
- 3° onverwijld de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op de hoogte brengt van een geconstateerde overtreding van die voorwaarden door de dierenarts of de houder;
- d. voorziet in ontbinding van de overeenkomst ingeval niet wordt voldaan aan de controleverplichting, bedoeld in onderdeel c;
- e. is door de varkenshouder schriftelijk gemeld aan de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
- a. schrijft entstoffen en antimicrobiële diergeneesmiddelen voor een periode van ten hoogste vier weken voor;
- b. bezoekt ten minste eenmaal per vier weken alle lokaliteiten waar door de houder varkens worden gehouden, waarbij in elk geval het volgende wordt onderzocht:
- 1° de noodzaak tot het toepassen van de entstoffen en antimicrobiële diergeneesmiddelen;
- 2° nakoming van de verplichting, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet;
- c. maakt een verslag van elk bezoek als bedoeld in onderdeel b en bewaart dat verslag tot ten minste één jaar na de datum van het bezoek;
- d. schoolt de kennis, benodigd voor de uitvoering van de in dit punt genoemde taken, ten minste eenmaal per twee jaar bij.
- a. heeft zich voorafgaand aan de eerste enting laten scholen in het verantwoord toepassen van de entstoffen bij varkens en in het omgaan met eventuele complicaties bij varkens na toepassing van entstoffen;
- b. bewaart de entstof en dient deze bij varkens toe overeenkomstig de aanwijzingen van de dierenarts;
- c. beschikt uitsluitend over entstoffen en antimicrobiële diergeneesmiddelen die zijn afgeleverd door de dierenarts of door een apotheker op recept van de dierenarts;
- d. beschikt uitsluitend over entstoffen en antimicrobiële diergeneesmiddelen gedurende de periode, bedoeld in punt 4, onderdeel a.