Art. 1 Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

Voor de toepassing van de regeling wordt verstaan onder:

akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw,

daaronder begrepen champignonteelt, fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen

en elke andere tak van bodemcultuur met uitzondering van de bosbouw;

grond in gebruik ter uitoefening van de landbouw met uitzondering van de grond waarop de gebouwen staan en van het bij die gebouwen behorende erf;

landbouwbedrijf;

bureau beheer landbouwgronden, bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248);

directeur van de Landinrichtingsdienst;

door of namens de directeur vastgestelde pachtwaarde per jaar van de aan het bureau in eigendom overgedragen grond;

Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694);

minister van Landbouw en Visserij;

Centrale Landinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299);

herinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;

lijst van rechthebbenden, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet;

registratie van de pachtovereenkomst, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet;

blok, bedoeld in artikel 1 van de wet;

herinrichtingsplan, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet;

het gebied Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën bedoeld in artikel 1 van de wet.