Art. 10 Wbb, Algemene bepalingen ter bescherming van de bodem
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van de bodem regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van handelingen waarbij als nevengevolg stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, op of in de bodem geraken.
2. Hiertoe kunnen behoren regels met betrekking tot:
a. het toepassen van gladheidsbestrijdingsmiddelen;
b. het met bij die maatregel aan te geven stoffen behandelen van voorwerpen, ten einde oppervlaktelagen daarop aan te brengen of daarvan te verwijderen;
c. het bewerken van voorwerpen, waarbij bij die maatregel aan te geven stoffen vrijkomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2639
- ABRvS 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3753
- ABRvS 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4567
- ABRvS 9 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC9035
- ABRvS 10 december 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN9709
- ABRvS 13 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO0243
- ABRvS 27 oktober 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR4621
- Rb. Middelburg 8 juni 2004, ECLI:NL:RBMID:2004:AP0524
- Conclusie A-G Keulen 29 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:858
- Hof 's-Hertogenbosch 1 oktober 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4570