Bijlage II Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen: typekeuring van uitlaatsystemen bestemd voor motorvoertuigen op minder dan vier wielen en voor bromfietsen
Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen
Het uitlaatsysteem moet zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en moet zo kunnen worden bevestigd, dat: Voor het controleren van de doeltreffende akoestische werking van het uitlaatsysteem wordt gebruik gemaakt van de wettelijk voorgeschreven methoden die tijdens de typekeuring van het oorspronkelijke voertuig golden. Wanneer het uitlaatsysteem is gemonteerd op het in artikel 4, onder c, van de regeling genoemde voertuig, moeten de geluidniveauwaarden die zijn verkregen volgens de twee voorgeschreven meetmethoden (meting aan een stilstaand en aan een rijdend voertuig), voldoen aan één van de onderstaande voorwaarden: – zij mogen de geluidswaarden niet overschrijden die bij de typegoedkeuring van het desbetreffende type voertuig zijn verkregen. – zij mogen de geluidswaarden niet overschrijden die zijn gemeten bij het in artikel 4, tweede lid, onder c, van de regeling bedoelde voertuig, dat is uitgerust met een uitlaatsysteem van het type waarmee het voertuig tijdens de typekeuring was uitgerust. Met het uitlaatsysteem moet het voertuig prestaties kunnen leveren die vergelijkbaar zijn met die welke zijn geleverd met het oorspronkelijke uitlaatsysteem. Het uitlaatsysteem wordt vergeleken met een oorspronkelijk uitlaatsysteem, dat eveneens nieuw is en dat gemonteerd wordt op het in artikel 4, onder c, van de regeling bedoelde voertuig. Beproevingsmethoden Beproeving op een motor De metingen worden verricht aan de in artikel 4, onder d, genoemde motor die aan een dynamometerrem is gekoppeld. Bij volledig geopende gasklep moet de dynamometerrem zodanig worden afgesteld, dat het toerental van de motor (S) gelijk is aan het toerental waarbij het maximumvermogen wordt geleverd. Beproeving op een voertuig De metingen worden verricht aan het in artikel 4, onder c, genoemde voertuig. De beproeving moet worden uitgevoerd: Bij geopende gasklep moet de motor zodanig belast worden dat het toerental (S) gelijk is aan dat bij maximumvermogen. Vezelstof mag voor uitlaatsystemen alle
- het voertuig onder normale bedrijfsomstandigheden, en met name bij eventuele blootstelling aan trillingen, kan voldoen aan de bepalingen van deze regeling;
- het in redelijke mate bestand is tegen de corroderende invloeden waaraan het bij het gebruik van het voertuig wordt blootgesteld.
- hetzij op een weg,
- hetzij op een rollenbank.