Bijlage II Regelen met betrekking tot grenswaarden voor kwik
Regelen met betrekking tot grenswaarden voor kwik
Bij het bepalen van de in de artikelen 2 en 3 van dit besluit vermelde grenswaarden is uitgegaan van de volgende wijze van meting en bemonstering: Voor de vaststelling van de precisie en de systematische afwijking van de toegepaste meetmethode wordt gebruik gemaakt van een oplossing waarin kwik voorkomt in een nauwkeurig bekende concentratie die ten hoogste 10% mag afwijken van 0,005 mg/l. De serie meetuitkomsten als bedoeld onder a en b bestaat uit ten minste tien enkelvoudige meetuitkomsten. Deze meetuitkomsten worden verkregen uit metingen, verricht door dezelfde waarnemer met dezelfde middelen en dezelfde hulpstoffen, onder zoveel mogelijk gelijke omstandigheden.
- 1. De afwijking in de meting van de hoeveelheid geloosd afvalwater (in m3/dag) bedraagt ten hoogste 10%.
- 2. De bemonstering van het afvalwater wordt zodanig uitgevoerd dat een dagmonster wordt verkregen dat qua samenstelling representatief is voor de per dag geloosde totale hoeveelheid afvalwater.
- 3. De frequentie van meting en bemonstering is zodanig dat een representatief beeld wordt verkregen van de hoeveelheid kwik die gedurende een maand wordt geloosd.
- 4. De meting wordt uitgevoerd in het monster als zodanig, zonder dat daaruit bezinkbare of opdrijvende bestanddelen zijn verwijderd. De methode voor het meten van kwik is de vlamloze atomaire absorptiespectrometrie, toegepast na een passende conservering en zodanige voorbehandeling van het monster dat rekening is gehouden met de vooroxydatie van kwik en de daarop volgende reductie van mercuri-ionen Hg (II). De analyse wordt zodanig uitgevoerd dat wordt voldaan aan de volgende eisen ten aanzien van de precisie en de systematische afwijking:
- a. de precisie: tweemaal de waarde van de standaardafwijking van een serie meetuitkomsten is kleiner dan, of gelijk aan 20%;
- b. De systematische afwijking: het verschil tussen de werkelijke waarde en de waarde van het rekenkundig gemiddelde van een serie meetuitkomsten is kleiner dan, of gelijk aan 20%.