Art. 3 Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid, Financiële antecedenten
Onder financiële antecedenten, op basis waarvan tot het oordeel gekomen kan worden dat de financiële betrouwbaarheid of integriteit van het bedrijf in het geding is en die in beginsel leiden tot een weigering van de verklaring van geen bezwaar voor de oprichting van een vennootschap, worden verstaan:
A. Faillissementen en surseance van betaling
De betrokken persoon is bij rechterlijke uitspraak, uitgesproken in de acht jaren voorafgaand aan de dagtekening van de aanvraag, dan wel na die datum doch voor de beslissing op de aanvraag, in staat van faillissement verklaard, dan wel is aan de betrokken persoon voorlopige surseance van betaling of surseance van betaling verleend, dan wel is de betrokken persoon betrokken (geweest) bij een faillissement of surseance van betaling van een rechtspersoon in de hiervoor genoemde periode.
B. Belastingschulden en schulden aan de sectorraden
De betrokken persoon heeft betalingsachterstand bij de belastingdienst of bij een of meer sectorraden (voormalige bedrijfsverenigingen) welke (in totaal) de hoogte van het eigen vermogen minus het geplaatste kapitaal van de vennootschap waarvoor de aanvraag van verklaring van geen bezwaar wordt gevraagd overschrijdt.
C. Inbreng verlieslijdende onderneming
In de op te richten vennootschap wordt een reeds bestaande onderneming geheel of gedeeltelijk niet-geruisloos ingebracht, terwijl deze onderneming een negatief eigen vermogen heeft en zowel in het afgelopen boekjaar als in het voorlaatste boekjaar verlies heeft geleden.