Art. 8 Bora, De opleiding
Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren (Bora)
1. Indien Onze Minister in de loop van de opleiding op grond van een beoordeling, bedoeld in artikel 25, op grond van het oordeel van de rector, bedoeld in artikel 26, dan wel op grond van andere ambtsberichten, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat zal kunnen afsluiten of niet geschikt is voor een der in artikel 2 bedoelde functies, beëindigt hij diens opleiding.
2. Indien Onze Minister na voltooiing van de opleiding op een van de gronden als bedoeld in het eerste lid, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat heeft beëindigd of niet geschikt is voor een der in artikel 2 bedoelde functies, maakt hij bekend niet te zullen overgaan tot een benoeming dan wel de voordracht voor een benoeming als bedoeld in artikel 29.
3. Alvorens de in het eerste en tweede lid bedoelde beslissingen te nemen hoort Onze Minister de functionele autoriteit en de rector.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 20 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3815
- CRvB 23 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2390
- CRvB 18 november 1999, ECLI:NL:CRVB:1999:AA5093
- CRvB 1 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:593
- CRvB 10 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1461
- CRvB 10 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6086
- CRvB 18 december 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG9817