Art. 34a Besluit bekostiging WPO, Onderzoek vanwege de minister en correctie en in mindering brengen op de bekostiging
1. Onverminderd de bevoegdheid van de Inspectie van het onderwijs op grond van de Wet op het onderwijstoezicht kan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school.
2. Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging.
3. Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de wet, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 171, vierde lid, van de wet of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onrechtmatig is besteed of ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging, onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1196
- ABRvS 15 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0139
- Rb. Rotterdam 25 juli 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5419
- Rb. Amsterdam 30 oktober 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:6461
- ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5959
- ABRvS 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9544
- Rb. Rotterdam 6 oktober 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BY7117
- Rb. Noord-Holland 12 april 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4548