Art. 7 Regeling bijdragen werknemers in landinrichtingsgebieden, De loondervingsbijdrage

Regeling bijdragen werknemers in landinrichtingsgebieden

1. De loondervingsbijdrage aan een werknemer bestaat:

a. indien de werknemer als gevolg van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst aanspraak heeft verkregen op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet of een andere sociale verzekeringswet, uit een maandelijkse uitkering gedurende een bepaalde garantietermijn dan wel een uitkering ineens op basis van deze garantietermijn;

b. in andere dan de onder a bedoelde gevallen uit een uitkering ineens op basis van de onder a bedoelde garantietermijn.

2. De garantietermijn voor een werknemer vangt aan:

a. in het in het eerste lid, onder a, bedoelde geval op de eerste dag, waarover hem een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet of een andere sociale verzekeringswet wordt toegekend;

b. in het in het eerste lid, onder b, bedoelde geval op de dag volgend op die waarop de arbeidsovereenkomst is beëindigd.

3. De duur van de garantietermijn wordt vastgesteld overeenkomstig de onderstaande tabel, waarbij de leeftijd van de werknemer op de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst bepalend is.

Leeftijd

Garantietermijn

41 jaar en jonger

12 maanden

42

14

43

16

44

18

45

20

46

23

47

26

48

29

49

32

50

36

51

40

52

45

53

50

54

56

55

62

56

69

57

76

4. Voor een werknemer die op de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 57 jaren en zes maanden, maar nog niet die van 65 jaren heeft bereikt is de duur van de garantietermijn gelijk aan het aantal maanden, te rekenen vanaf de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot en met de maand waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaren bereikt.