Art. 6 Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet

Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet

1. Gedeputeerde staten bepalen de dag van de stemming.

2. De stemming vangt aan om acht uur en duurt tot negentien uur.

3. De stemgerechtigde brengt zijn stem uit in het stemlokaal van het op zijn oproeping tot de stemming vermelde stembureau.