Art. 21 Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet

Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet

1. Het stembiljet vermeldt in ieder geval:

a. de ruilverkaveling waarop de stemming betrekking heeft;

b. een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, waarbij de aanduiding "voor" is geplaatst;

c. een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, waarbij de aanduiding "tegen" is geplaatst;

d. de oppervlakte waarvoor de stemgerechtigde stemgerechtigd is.

2. Het stembiljet vormt één geheel met een formulier waarop dezelfde gegevens vermeld staan als op de in artikel 10, eerste lid, bedoelde oproeping, echter op zodanige wijze dat een perforatie het stembiljet van het formulier scheidt.