Art. 83 LIW, Landinrichtingsplan
Tegen de in artikel 75, eerste lid, onder c, bedoelde voornemens tot toewijzing van de eigendom, voor zover zulks geschiedt met toepassing van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en c, dan wel met toepassing van artikel 122 van de Onteigeningswet, kunnen uitsluitend rechthebbenden en pachters die zich tijdig tot gedeputeerde staten hebben gewend met bedenkingen tegen deze voornemens of die bedenkingen hebben tegen deze voornemens voor zover deze afwijken van die in het ter inzage gelegde ontwerp van het landinrichtingsplan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 26 september 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB4349
- ABRvS 14 juni 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX8529
- ABRvS 3 april 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AW1241
- Rb. Utrecht 12 oktober 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AU4840
- Rb. 's-Hertogenbosch 20 juli 2001, ECLI:NL:RBSHE:2001:AB3158
- Conclusie A-G Mok 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4414