Bijlage R9 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
Bevattende normfuncties leraren bij instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en instellingen voor lager en middelbaar beroepsonderwijs alsmede beroepsbegeleidend onderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving (AOC) als aangegeven in de paragrafen 12 en 13 van hoofdstuk I-R. Normfuncties van leraren, bedoeld in artikel I-R1204, tweede lid, en artikel I-R1305, tweede lid. Hoofdbestanddelen: Ad a Dit hoofdbestanddeel omvat het zelfstandig organiseren van het onderwijsleerproces, gericht op overdracht van kennis en de verstandelijke en creatieve ontwikkeling van leerlingen, zodanig dat zij daarmee een adequate basis verwerven voor een gekwalificeerde beroepsbeoefening op het niveau van beginnend dan wel zelfstandig beroepsbeoefenaar. De leraar: Ad b Dit hoofdbestanddeel betreft uiteenlopende vormen van dienstverlening als bijvoorbeeld het verzorgen van cursussen, het ontwikkelen van scholingsprogramma's, het vervullen van adviseurschappen, e.d. Bij het verrichten van werkzaamheden voor derden op contractbasis gaat het om dienstverlening waarbij het potentieel aan onderwijskundige en vakinhoudelijke kennis en ervaring wordt ingezet ten behoeve van bedrijven en andere maatschappelijke instellingen. Door externe opdrachtgeving dient in de financiering te worden voorzien. De leraar: Ad c De leraar: Voor zowel de functie van leraar A, B als C geldt dat er spake is van een brede leraarsfunctie waarbij de lesgevende taak zowel betrekking op het verzorgen van theorielessen als op het geven van praktijklessen kan hebben. De functies worden gekenmerkt door een werk- en denkniveau op basis van een hoger onderwijsopleiding. De functie van leraar A onderscheidt zich van de functies leraar B en C doordat naast docerende taken tevens coördinerende taken van onderwijskundige aard, bijvoorbeeld de onderwijskundige coördinatie ten aanzien van een afdeling of een vakgroep, worden verricht. Het verschil tussen de functies van leraar B en leraar C wordt in eerste instantie bep
- a. het verzorgen van het onderwijs en het verrichten van de rechtstreeks daaruit voortvloeiende taken;
- b. het verrichten van contractactiviteiten ten behoeve van maatschappelijke dienstverlening;
- c. het verrichten van algemene of bijzondere taken ten behoeve van de instelling en leerlingen.
- - bepaalt op basis van het werkplan van de betrokken studierichting de te behandelen leer- en oefenstof;
- - werkt de stof in samenhang met de methode van lesgeven inhoudelijk uit; maakt daarbij keuzen ten aanzien van de te gebruiken leermiddelen en materialen en stelt de indeling en fasering van de lessen vast;
- - stelt studie-activiteiten vast waarvan: onderdeel uitmaken en stimuleert en evalueert deze;
- °. het schriftelijk en mondeling weergeven van waarnemingen, analyses en de daaruit te trekken conclusies;
- °. het gebruik van geleerde oplossingsmogelijkheden;
- °. het bevorderen van eigen inzicht;
- °. het uitoefenen van eigen verantwoordelijkheid door met een zekere mate van vrijheid te werken;
- - stelt het gebruik van de gewenste onderwijsleermiddelen vast (demonstratiemateriaal, audio-visuele middelen, practicumapparatuur en -benodigdheden);
- - verzorgt de lessen, waarbij op grond van pedagogisch-didactische beginselen de leer- en oefenstof in groepsverband of individueel wordt geïntroduceerd en overgedragen;
- - maakt daarbij gebruik van verschillende didactische vormen, zoals:
- °. uitleggen, vertellen, demonstreren, bespreken;
- °. het gebruik van audio-visuele middelen;
- °. het uitvoeren van leer- of oefenactiviteiten met groepen of individuele leerlingen;
- °. het begeleiden bij stages en afstudeeropdrachten:
- - evalueert voortdurend het studieproces en brengt zo nodig wijzigingen aan in de (pedagogisch-)didactische aanpak;
- - stelt de ontwikkeling en vorderingen van leerlingen vast door middel van observatie, toetsing en beoordeling;
- - tracht oplossingen te vinden voor individuele moeilijkheden en belemmeringen van leerlingen;
- - registreert de vorderingen van leerlingen en stelt rapportages op;
- - verricht werkzaamheden in het kader van het opstellen en afnemen van tentamens en examens.
- - levert bijdragen aan de acquisitie van opdrachten;
- - levert bijdragen aan het beoordelen van aanvragen en het vaststellen van het programma van maatschappelijke dienstverlening;
- - voert werkzaamheden uit in het kader van maatschappelijke dienstverlening op onderwijskundig en vakinhoudelijk terrein;
- - draagt zorg voor koppeling van ervaringen in het kader van de maatschappelijke dienstverlening met het onderwijsleerproces.
- - overlegt in het kader van een vergaderstructuur dan wel op ad hoc basis met collega’s en schoolleiding over:
- °. de leerlingen;
- °. de dagelijkse gang van zaken binnen de instelling, het organiseren van activiteiten en de (verdeling van de) daaruit voortvloeiende werkzaamheden;
- °. organisatie en voorzieningen, zoals de indeling van groepen, veranderingen in onderwijsruimten en in het studie- en oefenmateriaal;
- °. inhoud, methode en opzet van het onderwijs van de studierichting;
- °. schoolonderzoek en examens;
- - levert bijdragen aan de evaluatie van de bestaande situatie en het uitwerken c.q. beoordelen van voorstellen tot wijziging van organisatorische en onderwijskundige zaken;
- - adviseert met betrekking tot aanschaf van apparatuur en studie- en oefenmateriaal;
- - onderhoudt ter zake contacten met instellingen of deskundigen buiten de instelling.
- - een bijzondere specialisering op het vakgebied, verdergaande oriëntatie in, of intensief samenspel met andere vakrichtingen, en eventueel ook internationaal;
- - hogere eisen die worden gesteld aan creativiteit en improvisatie bijvoorbeeld in verband met geringe toetsingsmogelijkheden op beperkte toepasbaarheid van bekende methoden als gevolg van snelle ontwikkelingen in werkterreinen en/of materie;
- - de mate van zelfstandigheid en verantwoordingsplicht.