Bijlage R11 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel bevattende normfuncties van leraren beroepsbegeleidend onderwijs, bedoeld in artikel I-R1504, tweede lid

Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)

Hoofdbestanddelen ad a Dit hoofdbestanddeel omvat het zelfstandig organiseren van het onderwijsleerproces, gericht op overdracht van kennis en de verstandelijke en creatieve ontwikkeling van leerlingen, zodanig dat zij daarmee een adequate basis verwerven tot beginnende, zelfstandige of gespecialiseerde beroepsbeoefening. De leraar: ad b Dit hoofdbestanddeel betreft uiteenlopende vormen van dienstverlening als bij voorbeeld het verzorgen van cursussen, het ontwikkelen van scholingsprogramma's, het vervullen van adviseurschappen, e.d. Bij het verrichten van werkzaamheden voor derden op contractbasis gaat het om dienstverlening waarbij het potentieel aan onderwijskundige en vakinhoudelijke kennis en ervaring wordt ingezet ten behoeve van bedrijven en andere maatschappelijke instellingen. Door externe opdrachtgeving dient in de financiering te worden voorzien. De leraar: ad c De leraar: Voor zowel de functie van leraar A, B als C geldt dat er sprake is van een brede leraarsfunctie waarbij de lesgevende taak zowel betrekking op het verzorgen van theorie-lessen als op het geven van praktijklessen kan hebben. De functies worden gekenmerkt door een werk- en denkniveau op basis van een hoger onderwijsopleiding. De functie van leraar A onderscheidt zich van de functies leraar B en C doordat naast docerende taken tevens coördinerende taken van onderwijskundige aard, b.v. de onderwijskundige cordinatie t.a.v. een afdeling of een vakgroep, worden verricht. Het verschil tusssen de functies van leraar B en leraar C wordt in eerste instantie bepaald door het uitoefenen van taken in de voortgezette respectievelijk de primaire opleiding. Naast het hierboven aangeduide verschil zijn ook andere factoren van invloed op de vraag of sprake is van een leraar B- of leraar C-functie. Daarbij kan het o.a. gaan om: Uit een oogpunt van flexibiliteit moeten personeelsleden benoemd in de functie van leraar B en leraar C, met inachtneming van deze uitgangspunten, zowel in de primaire als de voort